Tom Woestenborghs, allusies op suggesties? – Prof. Dr. Willem Elias

De schilderijen van Tom Woestenborghs doen even slikken. Bij de eerste oogopslag doet het wat pijn. Verleidelijkheid of artistiek verzachtende omstandigheden zijn hier niet van tel. De zintuiglijkheid wordt niet in de watten gelegd. Het is even wennen. Men beseft dat Lacan het bij het juiste eind heeft als hij stelt dat het kunstwerk een valstrik is voor het oog. Waarmee wil Tom Woestenborghs ons verschalken?

Het is moeilijk om te beslissen waar we aanvangen om even stil te staan bij de drie facetten die zijn beelden beheersen: is hier een geometrisch abstracte schilder aan het werk die de figuratie misbruikt om te experimenteren met ongewoon harde kleurcombinaties? Of wordt hier getoond wat de tekens zijn van de verborgen driftmatigheid van de menselijke verlangensmachines? En op welke wijze wordt er gespeeld met het ontlenen aan andere beeldmedia om contextuele schokken te veroorzaken op het vlot van de betekenis? De drie sleutels zijn vervlochten door elkaar, vandaar dat het ene oog ‘merde’ zegt aan het andere, zoals Stromae het zo mooi verwoordt. En toch blijven we gefascineerd kijken naar de knipogen van Tom Woestenborghs, die onze ogen doen knipperen.

De ruimtelijke sfeer is zeer hevig. Om vandaag, na meer dan honderd jaar abstracte kunst, nog enig effect – zonder erop belust te zijn – wil ontketenen met geometrische vormen heeft het niet voor de poes. Het uitdrijven, als een duivel, van de subjectieve vingertoets was immers steeds het hoofddoel van dit soort kunst. Dat maakt dat de mogelijkheden eigenlijk telbaar zijn. Niet voor niets heeft deze stroming een wiskundig adjectief in de naam. Geometrische vormen zijn beperkt in aantal. Ook de kleuren zijn in wezen bepaald in getal, weliswaar met mengvarianten. Misschien zou men hier van een Woestenborghse helheid gewag kunnen maken? Als raster bepalen ze het decor van het gebeuren. ‘Decor’, daar zeg je zo wat: een woord waarvoor de geometrische abstracten bang waren als de pest. Het decor is echter bij Tom Woestenborghs niet decoratief. Integendeel, het prangt een betekenis op het beeld dat daardoor beklemmend wordt. Ze vertegenwoordigen de sociale structuur, de van oren voorziene muren.

Welke verhalen vertellen ze ons? Dat mensen, mensen zijn. We zien ze plaats nemen in de dagelijkse ontmoetingsoorden, publiek, in vrijetijdsfeer of privé, op de plekken waar intimi elkaar kruisen. Hoewel schijnbaar vredelievend, hangt er geweld in de lucht. Of omgekeerd, zachtmoedige menselijkheid, als alternatief gevoel van de soldaat in rust. Hoe dan ook zijn de spanningen te snijden en aanvaringen te vermijden. Het is de sfeer van de alledaagsheid die als de broze aardkorst de lava van de driftmatigheid in toom houdt. Ethische normen, valse fatsoenregels, ingecorporeerde beleefdheidsprincipes, getrainde schroom, overwetmatigheid van de sociale omgang, koude oorlog, kortom repressie. Of beter, zoals Marcuse het in de voordagen van mei -68  placht te noemen: surplus-repressie, deze die meer is dan nodig voor een goed gesmeerde samenleving.

Tom Woestenberghs maakt ook gebruik van de geijkte beelden uit andere communicatiemedia. Hij doet dat onder andere ook via collages. Doorgaans schijft men de eerste collage toe in 1911 aan Picasso, ja vroeger dan Duchamp en de dadaïsten. Meteen ook als met een zelf-spottende ironie. Hij kleefde toile cirée op zijn canvas en een geschiedenis van kunst als nabootsing van de werkelijkheid ging aan het dansen. Vandaag nog, in het hoogtij van de contextuele bokkensprongen, worden collages gebruikt om werelden binnenin werelden te creëren in fundamentloos spelverband. De vrije loop wordt gegeven, zonder startschot.

Voor de doordenker van het concept ideologie, Louis Althusser, is de kunst nooit ideologisch, of ze is niet wat ze beweert te zijn. Zelfs in de oude kunst kan de gekruisigde zowel aanzetten tot gevloek als tot gebed. De moderne kunst heeft het oog wandelen gezonden in een poly-interpretabele oneindigheid. De kunst, stelt Althusser, is wel een allusie op de ideologie, ze stelt meningen in vraag. Bij Tom Woestenborghs draait dit rond het suggestieve van alles, van mens en ding dus. Iets is altijd meer dan het lijkt te zijn en men kan niet niet-betekenen.

 

Prof. Dr. Willem Elias.

Voorzitter HISK.